Showing posts with label Publication. Show all posts
Showing posts with label Publication. Show all posts

Sunday, 1 July 2007

Juist meelopers brengen gedonder

Reactie van Miriyam Aouragh op het stuk van Benzakour

Met verbazing las ik een stuk in het NRC (9 juni jongstleden), van de doorgaans kritische Benzakour, over het veronderstelde wangedrag van ‘de’ Berbers, ja zelfs in Tilburg’. Hij verklaart het gedrag als volgt: ‘Ik vrees, met pijn in 't hart, te moeten bekennen dat het rellerige, respectloze gedrag in Tilburg tot op zekere hoogte terug te voeren is tot een cultureel element - in al zijn historische en economische gelaagdheden.’

Er duiken wel vaker pseudo-deskundigen op die na een vakantie in Turkije of Marokko al deterministische conclusies trekken over migranten 5000 kilometer verderop in Nederland. Ook Benzakour hanteert wat we noemen een essentialistische verklaring. Hij redeneert vanuit inherente (‘raciale’) karakteristieken–een zienswijze die m.n. sinds WO2 achterhaald is. Ik herken vanuit de antropologieliteratuur dan ook een aantal bekende karikaturen: maar dan het soort Oriëntalistische studies dat we in de Sociale Wetenschappen kennen van hoe we culturen niet moeten interpreteren.

Er is vooral sinds halverwege de vorige eeuw veel geschreven over ‘de Berbers’. De relatie met de bloedige geschiedenis van Franse en Spaanse overheersing—waarbij juist Imazighen (Berbers uit m.n het Noorden van Marokko) een belangrijke rol speelden in het verzet, is daarbij een van de belangrijkste kaders die ons iets vertellen over hedendaags Noord Marokko. De strijders waren in 1921 een van de eersten die een koloniale macht in Afrika vernederden door haar tactisch en volhardend verzet. We weten van kritische historici ook hoe de omgang van deze strijd door de zelfbenoemde Sultans (zoals de beschamende tegenwerking van de vrijheidsleider Abdelkrim Khatabi), Berbers nog meer hebben geïsoleerd. De al langer bestaande politisering van Berbers in het Noorden hebben er daarom mede toe geleidt dat ze door de Marokkaanse staat verder onderdrukt, achtergesteld en vernederd werden. Marokko, met name onder Hassan II, zette ook een Berber vs. Arabisch paradigma in. De strijd voor gelijke rechten van Berbers is dan ook om heel veel redenen meer dan terecht.

Helaas is de verdeel en heers politiek door van bovenaf geconstrueerde identiteiten veelal geïnternaliseerd. Naast het feit dat grofweg 80% van Marokko van oorsprong naar alle waarschijnlijkheid Berber is (veel Marokkanen worden door interne verhuizingen en urbanisatie nu als Arabier ingedeeld); Marokkanen zijn nu eenmaal een melange zijn van Berbers, Arabisch, Afrikaans en Andalusische invloeden. Het is voor mij dan ook vreemd om ‘Arabische Marokkanen’ (wiens grootouders waarschijnlijk nog in de bergen van Azdir of Nador woonde, en geen woord Arabisch spraken) discriminerend jegens Berbers te horen praten. ‘Berber’ wordt daarmee een inferieure identiteit, ook in Nederland heerst soms en het is pijnlijk dat Berberse jongeren hun afkomst en taal soms achterhouden. Anderzijds hebben we de doorgeslagen Amazigh fanaten, die zichzelf o.a. Abdelkrim Khatabi als exclusief monument toe-eigenen terwijl hij zichzelf veel breder identificeerde en profileerde en door velen in Noord Afrika en in de Arabische Wereld gerespecteerde. Zowel Benzakour als ik worden door dit soort fanaten soms als verraders beschouwd omdat we als Berbers niet slechts de politieke personificatie van de eigen 'etnische' toko willen zijn (lees: niet meedoen in de nutteloze inferioriteitsstrijd), maar juist ook tot solidariteit voor Palestina en Irak oproepen en het recht op zelforganisatie van de AEL verdedigen.

Het is derhalve essentieel dat wanneer we als ‘kenners’ willen schrijven, we ook globaal de studies over hoe politieke onderdrukking, angst en armoede enerzijds; en de mondiale impact tussen van verschil in urbane-rurale ontwikkeling anderzijds, volgen aangezien deze van grote invloed zijn op politieke en sociale opvattingen. Etnografisch veldwerk erbij doen waardeer ik als antropoloog nog veel meer. Maar Benzakours veldwerkerslagje ‘Met Berbers heb je altijd gedonder’, laten zien hoe gebrek aan context eerder leiden tot het verkleinen, dan vergroten van kennis. De vraag die na het lezen van zijn stuk meteen opkomt, is wat twee maanden rondhangen in vergelijkbare volkswijken van Casablanca of Bombay of The bronx voor ander materiaal had gebracht? Antwoord: heel veel van hetzelfde. En dat minderheden grotendeels in de onderklasse zitten vanwege de gecombineerde impact van immigratie (slechts een generatie geleden) en achterstelling (zoals institutioneel en informeel racisme), is veel belangrijker dan cultuur, vooral m.b.t. jeugdcriminaliteit. Maar zoals inmiddels ook Benzakour in zijn NRC stuk bevestigt, is dit niet bon-ton.

In de mediadebatten na 9/11 zijn essentialistische cultuuranalyses over Moslims en allochtonen dominant. Kritische of sociaal-economische verklaringen, zoals die werden aangevoerd door een minderheid in het debat over Marokkaanse voetbalhooligans, zijn passé. Benzakour suggereert echter dat ‘gesubsidieerde’ en ‘ongediplomeerde’ (sic) commentaren over voetbalvandalen neerkomen op goedpraterij. Benzakours argumenten worden vergezeld van de populaire sneren dat sociaal-economische analyses ‘maar de halve waarheid’ zijn, en schrijft ook ‘Nederlands feit is dat deze rotte appels disproportioneel vaak van Berberse origine zijn’. Met zijn – van zelfbenoemde ‘Marokkanenkenner’ antropoloog Werdmolder geleende kennis – legitimeert Benzakour het idee dat bij Berbers een soort crimineel ‘gen' is geëvolueerd. De feiten spreken immers voor zich. Ondanks het vervelende gedrag van Berbers in Marokko is er daar toch geen Wilders te bekennen. En de droge cijfers geven aan dat de meerderheid van de Marokkaanse overtreders in Nederland van Berberse afkomst is. Het eerste argument is nauwelijks serieus te nemen. Maar het tweede argument is merkwaardiger. Is het wonderlijk dat de meerderheid van de Marokkaanse delinquenten in Nederland Berbers is, of heeft dit simpelweg te maken met het feit dat van alle Marokkanen in Nederland ruim ¾ van Berberse afkomst is?

Waarschijnlijk weet Benzakour dit ook, sterker, ik weet dit wel zeker. Daarom staat deze discussie over ‘Berbers’ niet los van een zorgelijker proces: het is salonfähig om met een ‘taboedoorbrekende’ mening te komen, hoe plastisch ook. Deze logica weet vele schrijvers te mobiliseren, autochtoon en allochtoon. De uitwerking die het juist bij allochtonen heeft is: misstanden ‘van binnenuit’ durven aankaarten. De beste verdediging op kritiek wordt dan dat anderen dat lef niet hebben; een zwakker aftreksel van dit argument is dat het vooral provocerend was bedoeld.

Maar in een tijd van islamofobie en Marokkanen fetisjisme is het geen teken van moed, noch entertainend, om delen uit het dominante discours te herkauwen. Wellicht zullen Werdmolder en Wilders weer gaan discussiëren over de vraag of allochtonen crimineel zijn vanwege ‘de Islam’ of juist ‘de Berbercultuur’. Helaas zal dit op termijn bijdragen aan legitimeren van situaties waarin Hassan zijn naam in Hans verandert op zijn sollicitatiebrief, of Kamerlid Dibi weer bij de discotheek geweigerd wordt. Benzakour vindt het wellicht geen probleem dat hij een (legitieme) stok wordt om allochtonen mee te slaan, en kan kritiek afdoen als ‘ontkenningsgedrag’. Dit is mijns inziens onverantwoordelijk voor een kritische schrijver. Ik hoop dat zijn NRC-reisje en ‘taboedoorbrekend’ schrijversexperiment snel aflopen en hij weer tegen heersende ideeën in schrijft, in plaats van deze juist van proza te voorzien. Anders krijgen we juist van meelopers gedonder.

Miriyam Aouragh is als Antropoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en o.a. actief bij Samen Tegen Racisme en Stop de Oorlog. Een korter en aangepaste versie van dit artikel verscheen ook in Contrast Magazine juli 2007: PDF file format



Ter informatie
Met Berbers heb je altijd gedonder
Benzakour


Wangedrag door Marokkaanse jongeren verklaren uit sociaal-economische motieven is de halve waarheid. Ook de cultuur van de Berbers is een probleem. Dat schrijft Mohammed Benzakour, schrijver, columnist èn Berber dit weekeinde in het NRC.

Na een lang bezoek aan het Rifgebied in Noord-Marokko concludeert Benzakour: "Van het Berbervolk kun je een hoop zeggen (trots, hardwerkend, ascetisch, humoristisch, poëtisch), maar één ding niet: dat het lieverdjes zijn. Berbers zijn grosso modo een tamelijk heetgebakerd, anarchistisch volkje - en dit zeg ik, zelf Berber van origine, met stelligheid en zonder vreeze."

Volgens Benzakour ontstaat er in De Rif al snel een explosief sfeertje. Zelfbeheersing geldt voor velen als een teken van zwakte en is daarom "zo schaars als regen in de julimaand." Politie en justitie (meestal van Arabische huize) vreest men nauwelijks. Het volk in De Rif kenmerkt zich volgens de schrijver door een gebrekkige verantwoordelijkheidszin en een minimaal oog voor het algemeen belang. Men heeft alleen oog voor de directe woonomgeving: de eigen familie, de buurtmoskee en sacrale vollevan voetbal geweld door autochtone Nederlanders graftomben kunnen rekenen op zorg en onderhoud, maar daarbuiten houdt het volgens Benzakour wel zo ongeveer op. Daar heerst "chaos, anarchie en een diep doorleefde achterdocht jegens alles en iedereen. Pure onvoorwaardelijke vriendschappen zijn luchtkastelen, evenals de liefde, waar alle liedjes over gaan. Als islam praxis en welvoeglijkheid betekent is Allah op sterven na dood. De dingen buiten het eigen tuinmuurtje, de dieren, de natuur, het publieke domein, andermans bezit of waa(dig)heden, ze genieten geen of weinig respect. Ieder voor zich, God voor ons allen - het had zomaar een Riffijns credo kunnen zijn."

Terug in Nederland ergerde Benzakour zich aan de vergoeilijkende reacties op de rellen die veroorzaakt werden door Marokkaanse relschoppers na Jong Oranje - Jong Marokko in Tilburg. Volgens Benzakour sprongen vele "ongediplomeerde allochtonologen en andere (gesubsidieerde) inktmorsers Pavloviaans overeind" toen er werd gesproken over wangedrag van Marokkaanse jongeren. Het ging volgens hen immers niet om Marokkaanse jongens, maar om gewone Nederlandse jongens die in Nederland zijn opgevoed en meestal ook geboren. En zij onderbouwden hun verhalen dan volgens Benzakour steevast met uiteenzettingen over achterstanden, onvrede, racisme en Geert Wilders.

Benzakour schrijft dat het een statistisch Nederlands feit is dat deze rotte appels disproportioneel vaak van Berberse origine zijn. Benzakour besluit zijn artikel als volgt:

"Want laat dit gezegd zijn: wat ik in dit Rifgebied in nog geen twee maanden aan bonje, kift en ander non-verbaal vuurwerk heb meegemaakt, heb ik in geen dertig jaar tussen de Nederlanders beleefd. Terwijl Wilders in geen velden of wegen te bekennen is.

Alle wangedrag verklaren uit sociaaleconomische motieven is de halve waarheid. Ik vrees, met pijn in 't hart, te moeten bekennen dat het rellerige, respectloze gedrag in Tilburg tot op zekere hoogte terug te voeren is tot een cultureel element - in al zijn historische en economische gelaagdheden. Hoe precies, laat ik graag aan gediplomeerden over."

Friday, 1 June 2007

Contrast: het nieuwe racisme

Interview about islamophobia, the new racism, in the Dutch multicultural magazine Contrast, June 2007: PDF file format


On the cover of Contrast magazine

Wednesday, 2 May 2007

Eenzijdig emanciperen - feminisme en racisme

Gepubliceerd in LOVER, magazine over Feminisme, Cultuur en Wetenschap:

Als geëngageerde vrouw, onder meer betrokken bij Samen Tegen Racisme, loopt Miriyam Aouragh steeds vaker aan tegen kortzichtige reacties van de feministische elite. Moet emancipatie nou echt aldoor aan racisme en sociaal-economische ongelijkheid gekoppeld worden, zo luidt de beschuldigende vraag die Aouragh regelmatig voor de voeten geworpen krijgt. Haar wedervraag: waar is het kritische elan van de feministische beweging gebleven? Waarom krijgt de strijd tegen onderdrukking van vrouwen binnen de islam vaak aandacht, maar de strijd van die vrouwen zelf – tegen discriminatie van moslims in het Westen – niet?

Lees hier het hele artikel: PDF file format

Monday, 11 December 2006

Biggest protest in Beirut history

Beirut witnessed biggest protest rally in its history
by Miriyam Aouragh

The mood in Beirut was tensed for almost a week, especially after a young Shia anti-government protester was killed by allegedly pro-government youth. But yesterday seemed more like a celebration, one big festival of resistance, actually reminding me of the great antiwar protests and European Social Forum gatherings. The opposition and their supporters are demanding the formation of a national unity government and a halt to American influence. As the protests intensified since last week, it culminated in this largest political rally ever in the history of Lebanon.

Despite the gigantic turnout yesterday, Western media seemed rather more inclined to deny the political and symbolic significance. While attempting to reach the main sites of the protests, the more than 1,5 million protestors pressured the Mobile Network systems and stop all connection for hours. In Lebanese standards this means around 2/5 citizens were in Beirut to protest, or roughly a quarter of the countries population. Even if it were half this number, it was no wonder the streets were near to empty in the rest of the country’s cities and at least 3 of Beirut’s big public spaces--Riad Solh, Martyr Square, Barbir, were required to host the men, women and children. As any possible entrance and exist to squares seemed to endlessly dwell more and more people, several things raised my attention. First of all, the repeated demand for Lebanon PM Siniora to resign during the highly politicised discourse of the platform speakers, conversations of protestors alike. Especially the links between the government and America, and the weak response to Israel’s assault raised much discontent.

Sheikh Naim Kassem, Hezbollah’s deputy after Nasrallah held one of the strongest speeches evoking massive response from the crowds and “This government will not take Lebanon to the abyss again …. Siniora, you will not be able to rule this country with an American Administration.” was welcomed by ululations and drums. Secondly, the composition of the participants was unique in its very mixed manifestation.

Having followed the Western media before coming to Lebanon, being here now it seems rather outlandish how they continue to portray the protests as merely a “Pro-Syrian Hezbollah coup attempt”—had it been an Eastern European country, hell would have broke loose and a new ‘orange revolution’ baptised, live on CNN and BBC of course. Anyone at the protests could see the reports on Lebanon are a grave misrepresentation, and if true, making it the first ever coup in history that is comprised of 2 million people thus for ever altering the meaning of ‘coup’.

Sundays' protest was also a highly mixed gathering in terms of gender, age and religion. The high participation of Christians Aoun supporters was for example unseen before as major part of the Christian community seem to shift and now publicly speak out for Aoun and against right wing Lebanese Forces leader Ja’Ja’, whose violent history still numbs many. It was normal to find groups of teenagers playing darbouka drums and dancing, next to veiled women feeding their children, students smoking argila and debating in circles, men praying together elsewhere, people passing in wheelchairs, fashionably dressed girls on high heels. And striking were the many female organisers, stewards and journalists present, shattering much of the mantra’s on backward Arab women’s oppression, and equal Western women’s emancipation.

But of course not everybody is merely moving as a flock of sheep behind the political leaders. After talking with some of the activists, it became clear there is also critical debate within this strong unity. People question for example how long this climax can last; what are Nasrallah and Aoun’s interests once they get their way? and what do they think of privatisation? what will happen if the current government succeed to divide and rule the people? Especially the last issue is still a risk in Lebanon’s sensitive political map. But as activist and one of the main organisers of Samidoun network during the war in the summer explained “With the strong urbanisation, and demographic and class composition changed over the last 30 years, also the interests and (artificial) hegemony of the different regional and religious sects witness a change which should be taken into account.”

Troops continue to guard government offices and main traffic junctions but it seems like people are not very impressed, or simply got used to it. Indeed, while hundreds shouted ‘Siniora Out!’ ‘We want a government for all, not just for the rich!” there are rumours that the protests might spark a civil war, but the mass protests has in fact been peaceful. The Shia, Sunni and Christian clerics and politicians, repeatedly pointed at unity and crossing all sectarian divisions, these expressions were welcomed by massive applause and cheers. To be honest, one rather gets afraid sitting at home alone and listening to the establishment continuously warning for sectarian conflicts and civil war. Because being together in the streets, inside the camping debate tents, and at the rallies this week, was actually pleasant and very safe, with a comradely open atmosphere.

Lebanon’s internal political enemies saw several ‘showdowns’ since the assassination of Rafiq Hariri, but with the latest non-violent mass protest, it is dangerous for the Lebanese government and its Western allies to treat these protests as marginal, yet again alienating itself from the people. The protests are due to be followed by indefinite sit-ins, blockades of the highway road to the airport, and possible strikes now that several unions support the anti-government protest. If there is not going to be a civil war or violent internal sectarian strive as some automatic ‘Lebanese reflex’, than for Ghassan: ”it is most probably going to signify and introduce a shift from the old sectarian system because the majority of the people now simply says they don’t want it anymore.” And more so interesting; as the working and lower-middle classes dominate at the protests, unlike the pro Hariri protests, their often expressed economic demands cannot just be waved off as meaningless for the ‘national’ agenda. Ghassan and the leftist groups are therefore expressing concrete demand "If there will be new elections, than we want it based on 'proportionate representation', because a secular and democratic transition will break down the remaining sectarian elements, although the main parties are reluctant to go this far". The course of the protests will have to show how the developments will balance, for now the opposition as a whole seem to share a common interest to rid the government.

Saturday, 9 December 2006

Liberaal feministen, voor wie eisen jullie emancipatie?

Brief aan de opstellers van het Manifest ‘Wij vrouwen eisen’, reactie van Myriam Aouragh, geplaatst in de Volkskrant 9 december 2006.

Onlangs verscheen een oproep met een feministisch wensenlijstje aan de nieuwe formatrice. Het kan op het eerste gezicht een goed initiatief genoemd worden, immers: alle beetjes verzet tegen armoede en vooral de feminisering van armoede helpen, toch? Maar als we de politieke context en de afzenders - de brief is o.a. door Elsbeth Etty, Cisca Dresselhuys en Neelie Kroes ondertekend - in beschouwing nemen, dan moeten er minstens een paar kanttekeningen bij deze brief geplaatst worden.

Waar het eerste deel nog wel veelbelovend is door de kritische zelfreflectie over het zogenaamde voltooide westerse emancipatie, is het vervolgens opvallend waar het vooral niet om gaat in deze brief. De kritische noot plaats ik nu vooral bij het kopje Internationale Solidariteit. Daar durven de opstellers duidelijk niet de kern te raken waar het gaat om de stagnerende positie van vrouwen in ‘derde wereld’- en ‘moslimlanden’. Wat wel genoemd wordt is een slap aftreksel en een compromis over waar we het allemaal allang over eens zijn.

Vast staat dat het bestrijden van aids, mishandeling, seksuele uitbuiting en achterstelling van vrouwen hoog op de internationale agenda moet staan, ik juich dit toe. De hoeveelheid digitale kettingbrieven, manifesten en publieke verontwaardigingen van BNrs, getuigen van de brede maatschappelijk acceptatie van dit soort punten.

Maar van de opstellers van een politiek Manifest aan de regeringsformatrice mag nu, aan het einde van 2006, toch wel verwacht worden dat de analyse en eisen dieper reiken? Opstellers van zulke oproepen zullen minstens hun steun en solidariteit moeten betuigen aan vrouwen die juist hun emancipatiestrijd niet kunnen voortzetten vanwege oorlog, ziekte en dood. Het is de wereld op zijn kop. Zelfbewuste vrouwen hebben het zwaarder dan ooit. Zij kampen met de gevolgen van oorlogen en strijden vooral voor lijfbehoud. In landen als Irak, Palestina en Libanon is de vrouwenemancipatie door oorlog en bezetting zware klappen toegebracht. Deze vrouwen strijden nu niet langer primair voor gelijke rechten voor man en vrouw, zij strijden voor het in leven blijven van hun familie en vrienden, man én vrouw.

Ook deze vrouwen moet een eerlijke hand gereikt worden. Juist door ons, levend en actief in een land waarvan de regering de afgelopen jaren middels haar internationaal beleid de oorlogen tegen genoemde landen direct en indirect heeft gesteund. De beelden van de bombardementen in Libanon en Gaza liggen nog vers in het geheugen, ook de woorden van Premier Balkenden en Bot zullen we niet snel vergeten. Hiermee is onze verantwoordelijkheid niet alleen moreel, maar juist een concrete kwestie.

M.a.w: waarom mag de positie en emancipatie van deze vrouwen wel als excuus gebruikt worden om een oorlog te legitmeren en steunen, o.a door sommigen van de genomede ondertekenaars, maar niet om oorlog en onderdrukking te stoppen wanneer diezelfde vrouwen hierom vragen? Hier zien we de contradicties het duidelijkst opkomen; kan het Dresselhuys en Smit-Kroes type feminisme bijvoorbeeld samengaan met internationale solidariteit en gelijkheid? Nee, hun ideologie van neoliberalisme en individualisme zijn er juist de ondergravers van.

Het neoliberalisme vierde met name het afgelopen decennium hoogtijdagen; de kloof tussen arm en rijk is nog nooit zo groot geweest en wereldwijd leidt de drang naar hegemonie en winst tot nog meer oorlog. Om het voor ons allemaal wat acceptabeler te maken zou er sprake zijn van botsende culturen: van oost tegen west, van christendom/jodendom versus Islam. Progressieve betrokkenen, man en vrouw, moeten laten zien dat het niet gaat om oorlog en tweedeling op basis van culturele waarden, maar om een ‘oorlog van belangen’.

Het is overduidelijk dat wanneer het bijvoorbeeld gaat om handel in vrouwen, deze vrouwen niet geslachtofferd worden vanwege een abstracte notie die ‘hun cultuur’ is gaan heten. Wanneer Ayaan Hirsi Ali spreekt over ‘gendercide’, krijgt ze veel bijval, sterker nog, ze wordt in het manifest zelfs als autoriteit geciteerd. Maar nota bene zij is iemand die deze gendercide verklaart vanuit de opvatting dat achterstelling en mishandeling van vrouwen inherent is aan ‘de’ islamitische cultuur en theologie. Zij verzuimt daarbij de internationale context, de neoliberale globalisering, en de export van oorlog te benoemen. Door dit soort mantra’s is de kloof tussen bevolkingsgroepen vergroot en veel van de mogelijkheden voor eenheid in strijd en concrete solidariteit verzwakt i.p.v. versterkt.

Vrouwen als Meulenbelt, Ghorashi, Saharso, Essed, en Wekker maakten in Nederland al eerder, en nog steeds, zeer terecht een punt over de onmiskenbare rol van politiek, economie, racisme en uitsluiting daar waar het om de mogelijkheden voor vrouwenstrijd en collectieve zelfemancipatie gaat. Deze analyses lijken steeds minder gehoord te worden. Emancipatie in Nederland lijkt in de tekst van het manifest verworden tot individuele economische strijd, of internationaal medelijden. Maar de strijd voor structurele sociaal-economische gelijkheid, voor de meerderheid van vrouwen én mannen, buiten de kleine VVD en topzakenvrouwen kringen, is andere koek. Zelfs een kopje Internationale Solidariteit kan deze harde werkelijkheid niet compenseren: symptoombestrijding is in deze weliswaar moreel bevredigend, maar uiteindelijk nutteloos.

We moeten zowel de wortels van vrouwenonderdrukking als de structuren die ongelijkheid in stand houden, proberen te veranderen. Daarbij hoort het m.i. ook om dit soort Manifesten te bekritiseren. Wie van de gelijke behandeling van man én vrouw overal in de wereld een serieuze kwestie wil maken, moet in de analyse dieper graven en op basis daarvan alternatieven aanrijken. Daarom roep ik op tot revisie en een alternatief en kritischer manifest, één waarin oorlog en de uitwassen van neoliberale globalisering duidelijk worden benoemd en bekritiseerd. M et halve analyses houden we niet alleen de kaders in stand; we houden ook onszelf voor de gek. Want met een vinkje bij ons naam onder een manifest geven we ook nog eens legitimiteit aan de ideologieën die die basis van deze kaders bepalen.

Miriyam Aouragh is antropologe aan de Universiteit van Amsterdam, en medeorganisator van de Oorlog & Vrede conferentie in Felix Meritus op 29/11/06.

Monday, 24 July 2006

Israël voert ook Amerika's oorlog

Ingezonden stuk in Trouw, van Miriyam Aouragh en Pepijn Brandon.

De huidige crisis geeft de Verenigde Staten de mogelijkheid om via Israël de positie van Syrië en Iran te ondermijnen.

De berichtgeving over de oorlog in Libanon toont opnieuw Israëls uitzonderlijke capaciteit zichzelf de slachtofferrol toe te bedelen. De wekenlange wurggreep waarin het de burgerbevolking in Gaza heeft gehouden en de brute kracht die het nu tentoonspreidt in Libanon hebben dat beeld nog nauwelijks aangetast.

Het aloude beeld van ‘klein, belegerd Israël’ strookt niet met de realiteit van het huidige conflict. Alleen de dodenaantallen aan beide zijden wijzen hier al op. De bombardementen hebben in Libanon tot nu toe aan 380 mensen het leven gekost, vrijwel allen burgerslachtoffers. Aan Israëlische zijde vielen 36 slachtoffers, van wie de helft militairen. Deze aantallen zijn een weerspiegeling van de reële verhoudingen aan de grond. Er is in de afgelopen dagen veel gesproken over het vernietigende bereik van de raketten van Hezbollah. Maar deze capaciteit valt in het niet bij de kracht van het Israëlische leger, veruit de sterkste militaire macht in de regio en bovendien de enige met een nucleair arsenaal.

Vooraanstaande kritische Israëliërs hebben er al op gewezen hoe absurd het is de Israëlische verklaringen over de aanleiding van deze oorlog klakkeloos over te nemen. De operatie die nu gaande is, is een stap verder op een route die door Israël lang is voorbereid. Volhouden dat de ontvoering van de Israëlische militairen de huidige ronde van geweld heeft geopend, kan alleen als we afzien van de voortgaande annexatie van delen van de Westoever, de pogingen om de democratisch gekozen Palestijnse regering te ondermijnen en de bloedige bombardementen op Gaza in de maand voor de ontvoering.

Misschien wel het belangrijkste element voor een begrip van de verhoudingen in dit conflict is de internationale dimensie. Ja, Hezbollah ontvangt wapens en diplomatieke steun van Iran en Syrië. Maar dit is niet de enige vorm van buitenlandse inmenging. Israël ontvangt zijn wapens en diplomatieke steun van de VS, de enige overgebleven militaire supermacht in de wereld. Ook de EU, inclusief Nederland, kiest ervoor de schuld van de huidige crisis bij Hezbollah te leggen en verder af te wachten – een houding waarvan alleen Israël voordeel heeft.

Alleen door het huidige optreden van Israël te zien in de context van het Amerikaans-Britse project voor het Midden-Oosten en de ‘oorlog tegen het terrorisme’ kunnen we de etnische valkuilen ontwijken die verscholen liggen in de situatie. Dit is geen conflict tussen de Joden en de Arabieren, hoe graag sommige partijen aan beide zijden het conflict ook in deze termen zouden willen zien. Aan de ene kant houden de Arabische staten die het nauwst verbonden zijn met de VS zich angstvallig stil, aan de andere kant zijn er gelukkig groepen als ’Een Ander Joods Geluid’ en individuen als Noam Chomsky die Israëls claim op het alleenrecht te spreken voor de Joodse publieke opinie aanvechten.

Ook de Amerikaanse steun voor Israël moet niet gezien worden in etnische termen. Niet een bijzondere voorliefde voor Joden bij christelijk rechts in de VS, maar Israëls positie als enige stabiel pro-westerse mogendheid in het meest olierijke gebied van de wereld vormt de achtergrond voor Israëls voorkeursbehandeling.

Door de huidige crisis te gebruiken om via Hezbollah indirect ook de positie van Syrië en Iran in de regio aan te vallen, bewijst Israël opnieuw zijn nut voor zijn grootste donorland. Vooral Iran heeft altijd een sleutelpositie ingenomen in het streven naar ‘hervorming’ van het Midden-Oosten, waarmee de neoconservatieven in het Witte Huis de ‘oorlog tegen het terrorisme’ begonnen. Maar dit grote project lijkt vast te zijn gelopen in het zand van Afghanistan en Irak. De verkiezing van de Hamas-regering bevestigde hoezeer de VS niet in staat zijn de ontwikkelingen in de regio te sturen.

De VS raken steeds verder verstrikt in deze knoop. Terugtrekken uit Afghanistan en Irak zou het grootste Amerikaanse gezichtsverlies sinds Vietnam betekenen, in een strategisch veel belangrijkere regio. Een nieuwe sprong naar voren door het openen van een extra front leek tot op heden geen optie door de problemen waarin de VS in Afghanistan en Irak al verkeren. Israël deelt deze Amerikaanse zorgen, maar wordt niet geremd door hun militaire problemen. Hoe disproportioneel het huidige Israëlische geweld ook is, vanuit het Witte Huis bekeken creëert het openingen naar een nieuwe verschuiving van de krachtsverhoudingen in het Midden-Oosten in Amerikaans voordeel.

Natuurlijk heeft de Israëlische premier Olmert zijn eigen agenda in de huidige confrontatie, en opereert hij niet alleen als kwartiermaker voor de VS. Israël ziet zijn kans af te rekenen met twee belangrijke tegenstanders: de Hamasregering in de bezette gebieden en Hezbollah. Maar als die belangen niet zouden samenvallen met de belangen van de VS hadden we een heel andere ontrafeling van de diplomatieke ontwikkelingen gezien.

Het voorstel voor een internationale vredesmacht zoals dat nu op tafel ligt, en dat Israël steunt, verandert hier weinig aan. Israël mag nu zijn gang gaan, omdat het in essentie ook Amerika’s oorlog voert. En in dat kader is het goed ons te herinneren wat die oorlog de wereld tot nu toe heeft gebracht: de verwoesting en bezetting van twee landen, de schande van Guantanamo Bay, Abu Ghraib en Hadita, en een toename in plaats van afname van het terrorisme wereldwijd. Verdere escalatie in het Midden-Oosten zal hieraan niets positiefs toevoegen. Tegenstanders van de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten moeten consequent zijn en eisen dat het Westen zijn openlijke en stilzwijgende steun voor Israël staakt.

Miriyam Aouragh is mede-organisator van de demonstratie ‘Luid de noodklok’ afgelopen zaterdag in Amsterdam. Pepijn Brandon is hoofdredacteur van het maandblad De Socialist.

Thursday, 20 April 2006

Racism and Islamophobia are the real problems

"Not soft Dutch Multiculturalism, but Racism and Islamophobia are the 'real' problems"
Respons to Jane Kramers' article in The New Yorker

We would like to respond, somewhat belatedly, to Jane Kramer's article on the current situation in the Netherlands. In November last year, while she was visiting Amsterdam to research the topic, we discussed our views with her, and expressed our dismay at what we see as an increasingly antagonistic and racist climate, which is fed by our present, right wing government. In her article Kramer misrepresented and ridiculed our views and analyses. It is absurd to portray us as a born-again Marxists 'clique' for whom capitalism is the source of all-evil and denying the 'real' -cultural- source of the conflict. We pointed at the increasing discrimination and divide-and-rule politics in a post 9-11 and neoliberal context. Kramer clearly chose to echo the right wing, clash of cultures discourse of the conservative party that presently dominates the Dutch government. Spokespersons for this party, particularly Integration minister Rita Verdonk, commonly blame and demonize (often second or third generation) migrants, particularly Muslims, while denying the existence of racism or discrimination in the Netherlands.

This denial is scandalous since discrimination and racism are increasingly evident, and Moroccans are its prime targets. A recent study showed that professionals with Moroccan names do not stand a fair chance in job applications, another major study confirmed the increase of racism and Islamophobia in the Netherlands. It reported that a quarter of the respondents held racist views, ten per cent self-identified as racist, while three quarters said to have an aversion to Islam and see it as incompatible with Dutch society. Meanwhile, racism is structurally denied; while multiculturalism has long been a reality, it is held responsible for failed policies.

The present political climate impacts the prevalence and intensity of these antagonistic feelings. In light of the longstanding debates on race and racism in the United States, we are taken aback that a supposedly critical journalist from the New Yorker cannot see such discourses for what they are, and instead participates in the now commonplace devaluation and ridiculing of critical voices that call attention to these disturbing developments in our society. This is all the more alarming since we offered Kramer the opportunity to talk with community workers and organizers of projects dealing with the daily challenges of multiculturalism.

Furthermore, the article does little justice to our critical analyses regarding Hirsi Ali, who acts as a self-proclaimed savior of so-called oppressed Muslim women. Hirsi Ali reiterates orientalist portrayals of Islam as an immutable source of women's oppression and Muslim women as incapable of thinking for, let alone emancipating themselves. Unfortunately Kramer chose to reconfirm the dominating profiles and presents Hirshi Ali's admirer Paul Scheffers as the 'rational' voice within Dutch society, high profile voices that present a mind-set of 'allochtones' as caught up in a false consciousness of tribal-religious loyalty. We can hardly regret Hirsi Ali's decision to substitute Holland for a job at a neo-conservative think tank in the US. We hereby wish critical Americans and readers of the New Yorker all the support in taking over our burden.

Miriyam Aouragh (University of Amsterdam/Samen Tegen Racisme) and Anouk de Koning (Royal Netherlands Institute for Southeast Asian and Caribbean Studies)

Saturday, 1 April 2006

Zwarte kiezer zijn niet 'anders'

Gepubliceerd in De Socialist

Rond de tachtig procent van de allochtonen in een aantal grote steden stemde PvdA. Onderzoekers en media vielen over elkaar heen en bestempelden de PvdA tot Partij van de Allochtonen. Maar daarmee laten ze alleen hun eigen vooroordelen zien.

Is er niet ook een ‘zwarte middelvinger’ richting de analisten, die niet verder dan hun blanke neus kunnen kijken, nodig? Een schok! Een aardbeving! We hadden dit niet verwacht, oei oei oei... Volgens publicisten als Paul Scheffer en Martin Sommers is de grote stem voor de PvdA een bevestiging van de allochtone zucht naar segregatie. Allochtone organisaties bedrijven in hun ogen etnische politiek. In plaats van een gevoel van vooruitgang te krijgen bij de verkiezingsuitslag, moeten we toch vooral niet de inmiddels saaie doemscenario’s over de multiculturele samenleving vergeten. Feit is dat geen van de onderzoekers voor de verkiezingen genoeg vinger aan de pols had bij eerste, tweede en derde generatie migranten om de trend te herkennen. Jeetje, wat jammer zeg! Alle energie en geld, die arme onderzoeksassistenten die hun scriptie er al over begonnen te schrijven, en de waardevolle tijd van de professoren... dat alles was dus eigenlijk voor niets? Niet eens een ereplaatsje bij Nova of Barend & van Dorp om met een superieur air en een brede glimlach te bevestigingen dat de wetenschap dit allemaal al verwacht had? Om dat tekort te compenseren blijft er niets anders over dan de wereld op zijn kop zetten. Een moment waarop allochtonen massaal participeren in de Nederlandse politiek, en dat ook nog eens doen op precies dezelfde manier als grote aantallen witte Nederlanders, wordt gemaakt tot het bewijs van ‘zwarte politiek’. En zo kunnen intellectuelen als Paul Scheffer hun bedreigde ereplaats in de Nederlands politiek-wetenschappelijke elite heroveren.

Anders dan anderen?

Zolang politicologen, sociologen en andere ‘allochtonenexperts’ de migrant vooral als migrant benaderen, dus vanuit de psychologie dat ze anders zijn dan blanke Nederlanders in hun doen en laten, emoties, besluiten, en zelfs stemgedrag, zullen ze ‘verbaasd’, ‘geschokt’ en ‘in de war’ blijven. Volgens de socioloog Tillie ‘heeft het maatschappelijk middenveld kennelijk een cruciale rol gespeeld’. Allochtonen hebben niet uit zichzelf op de PvdA gestemd, maar zijn daartoe verleid door etnische organisaties en buurtverenigingen. Het zijn niet de traditionele allochtone organisaties, die nauwelijks achterban of legitimiteit hebben, die allochtonen hebben ‘wakker geschud’ en verwezen naar de PvdA, GroenLinks of de SP. Alsof de reactionaire Haagse politiek, het extreem rechtse beleid van Verdonk en de stilzwijgende medeplichtigheid van andere partijen niet genoeg waren om allochtonen weg te jagen bij de rechtse partijen. Alsof er onder allochtonen niet dezelfde woede bestaat als onder autochtonen over Nederlands enthousiaste afbraakbeleid en de capitulatie voor de politiek van Bush in het Midden-Oosten. En aan de andere kant: alsof onder allochtonen niet het bewustzijn en de erkenning kunnen ontstaan dat linkse politiek uiteindelijk beter is voor de positie van mensen in de onderklasse. Het zijn precies deze factoren die de hoge opkomst hebben veroorzaakt en ervoor hebben gezorgd dat er een vuist is gemaakt onder zwart en wit. Ja, want ook ‘wit’ heeft massaal op links gestemd, maar daar kan geen etnische analyse over gemaakt worden. Zoals Eerste Kamerlid Anja Meulenbelt (SP) in een reactie op de berichtgeving in de Volkskrant terecht stelde wordt een stem van allochtonen gezien als een etnische daad, maar is de stem van witte Nederlanders per definitie neutraal, kleurloos en belangeloos. Het idee achter de analyses in de gevestigde media is dat allochtone kiezers geen zelfstandig denkende burgers zijn die vanuit politieke analyses en sociaal-economische belangen keuzes maken. Gekleurde mensen zouden met een gesubsidieerde stok van hun organisaties het stemhokje in geslagen zijn en vanuit een tribale reflex op de ‘eigen soort’ gestemd hebben. Als we afstappen van dit soort racistische stereotypen zien we iets heel anders. Nederland heeft nog maar het begin van de nieuwe politisering gezien, die onder allochtonen uit de lagere klassen een extra dynamiek heeft. Niet omdat ze allochtoon zijn en dus anders, maar omdat ze door hun structurele achterstelling in de maatschappij dezelfde problemen waarmee witte mensen uit de arbeidersklasse geconfronteerd worden dubbel voelen. De gevestigde orde zal nog veel harder met de allochtone emancipatiestrijd geconfronteerd worden. Niet, zoals ze soms lijkt te hopen, in de vorm van een nieuwe Mohammed B. Deze emancipatiestrijd zal komen van een progressieve confrontatie, zoals die van de Parijse jongeren in de achterbuurten die het rechtse politieke establishment van Frankrijk op haar grondvesten deden schudden.

Wednesday, 28 January 2004

Open letter to family and friends of Tom Hurndall

Published on The Electronic Intifada, 28 January 2004

Dear family and friends of Tom,

Despite nine dreadful months in a coma, Tom's death took us by surprise. It left us in a moment of stunned retreat while staring at the television screen. Upon hearing the news of his passing, many thoughts crossed my mind. I am sure that others felt similar emotions, ranging from anger to sadness and settling on renewed determination.

Tom's death was the result of a cowardly act of viciousness, itself the result of an entrenched racist and oppressive system. Tom's killing revealed not only the mercilessness of the tactics used by the Israeli army, but also disclosed the hypocrisy and compliance of our own Western governments.

Tom symbolized the peaceful, yet at the same time strong, will of humanity. That is more than can be said of the many "Coalition Forces" army casualties in Iraq who receive elaborate memorials and media coverage. We all remember the sharp double standard when an Israeli bulldozer crushed the young American peace activist Rachel Corrie to death in Gaza. Not long after that dark day in March, all media spotlights and patriotic rhetoric were focused on another young American woman: Private First Class Jessica Lynch, an injured war heroine "rescued" by Special Forces in an aura of Hollywood style triumphalism. Not yet a year since her ordeal, Ms. Lynch has already been featured as the subject of books, a made-for-t.v. movie, and several nationally broadcast interviews.

This irony and tragedy reminds us of the Orwellian axiom that "Who controls the present controls the past, and who controls the past can control the future." As we gaze at our television screens, we see how chillingly accurate this formula is when Israeli spokespersons change the logic of language by redefining a permanent apartheid wall as a "terror prevention fence." Most of the peace activists currently in Palestine are doing all they can to resist that wall. And they should, because it is like a poisonous snake that slowly penetrates, encircles, strangles and then swallows what is left of Palestine.

Fatalist though it may sound, given current political realities, it is just a matter of time before the next victim, another Tom Hurndall or Rachel Corrie, or even an Israeli protestor, will fall (and be commemorated by us) while resisting that snake in disguise. And it is inevitable, too, that the next person killed by the Israeli Army will be blamed for their own death in the mainstream media. The ruling ideas are indeed the ideas of the ruling class.

Yet times are changing. The thick wall of ideological domination, protected by military supremacy, which separates us from what could be a better world is starting to show cracks. Not only does the dissemination of alternative information through the Internet and satellite television give us a voice and thus a tool to organize, modern mass media are also enabling millions of people throughout the world to become organized and to actively take to the streets, motivated by an international level of solidarity never before seen. Tom was certainly a key player in this new global phenomenon.

The struggle for justice would be stronger if Tom were still with us. Yet I believe that his selfless actions and the ultimate price he paid for believing in humanity sparked a desire to know, struggle, act and will help to bring about a revolution in perception and action concerning Palestine. We don't need elaborate memorials or long speeches from the same establishments that continue to back Israel and provide it with the very weapons and bulldozers that cause death and destruction. What we do need is hope and will to make a difference. One can only feel astonishment at the bald contradictions and injustices of the current world order, and horror at the astronomical prices that must be paid to support this unbalanced system. The latest bill for maintaining power in Iraq, after a war that was based on lies and deceptions, is illustrative. For a war that only ideologically deranged neocons and corporate interests are still willing to defend, Bush needs an extra $86 billion just to hang on. At the same time, we live in a world where 799 million people suffer from famine; 115 million children can't afford to go to school; more than 30,000 people die from hunger and poverty-related disease every single day. The UN estimates that $9 billion are needed to provide basic education for all the worlds' children and $36 billion to provide clean water and basic healthcare for all.

And while gazing at the news of Tom's death, and looking at the picture of his gentle face again, it became clearer than ever before that the priorities of Bush, Blair, and Sharon are anything but the priorities of ordinary people trying to make a living and to live in peace. Since the result of these global contradictions will be increasing political instability on a global scale, priorities must be set with regard to our own individual choices. Indeed, it is not enough merely to analyze the world, the challenge "is to change it" as Marx observed over 150 years ago. Though it won't be easy, we will have to make our own history.

Tom made a choice; Tom made history. It is people like him, Rachel, and many others who personify a new generation unwilling to blindly accept the world as it is, but who instead take risks and work together to forge new protest movements. People like Tom actively helped to universalize the Palestinian struggle, who together with millions of others in Washington, London, Paris, Genoa, Porto Allegre, Cairo and Ramallah showed that the Palestinian flag can become a symbol that binds us together. As the late Edward Said always said, Palestinians by themselves cannot defeat Zionism and its US backers.

To pay tribute to the many Tom's and Rachel's of Britain, Gaza, Jerusalem or Shatila refugee camp, I conclude by saying to those who have been taken from us: "You will never be forgotten and we will complete what you started." And to all those still fighting I say "We are with and beside you, no matter what." And to all those who are not yet part of the struggle for justice, I implore: "Join the struggle, because united we will stand, and divided we shall fall."

I hope that on the coming international anti-war day planned for March 20, 2004 in all major cities around the world, that pictures of Tom, Rachel and so many other heroes -- people who made history by making choices -- will be carried in our heart, minds, and on our banners.

With comradely, loving, and respectful feelings,

Miriyam Aouragh
Amsterdam-Beirut